Wie in een klein appartement woont en regelmatig thuiswerkt, kent het probleem: de laptop ligt op de eettafel, de oplader slingert over de bank en om zes uur ‘s avonds voelt je woonkamer nog steeds als een kantoor. Dat is niet alleen rommelig, het maakt het ook lastiger om na werktijd echt los te komen van je werk.
Het goede nieuws is dat je geen aparte werkkamer nodig hebt om werk en privé gescheiden te houden. Met slimme keuzes in meubels, opslag en gewoontes richt je een werkplek in die overdag prima functioneert en ‘s avonds grotendeels onzichtbaar is.
Kies een vaste plek, hoe klein ook
Een vaste werkplek helpt je hoofd om in de werkmodus te komen. Dat hoeft geen hele hoek te zijn; een stukje muur naast het raam, een nis in de gang of een deel van de slaapkamer kan al volstaan. Belangrijk is dat je er dagelijks terugkeert, zodat je niet elke ochtend opnieuw moet bedenken waar je gaat zitten.
Let daarbij op daglicht en op wat er achter je te zien is tijdens videogesprekken. Een rustige achtergrond voorkomt dat je collega’s een blik op je wasrek krijgen, en natuurlijk licht van opzij is prettiger voor je ogen dan licht recht van achteren.
Meubels die kunnen verdwijnen
In een compacte woning is het meubel zelf vaak de sleutel. Een wandbureau dat je uitklapt en na werktijd weer dichtdoet, neemt ‘s avonds nauwelijks ruimte in. Ook een secretaire of een bureaukast met deuren werkt goed: je sluit letterlijk je werk af en ziet het pas de volgende ochtend weer.
Heb je liever een vast bureau, kies dan een smal model zonder veel poespas, eventueel op wieltjes, zodat je het tegen de muur of achter een gordijn kunt schuiven. Vergeet de stoel niet: een ergonomische bureaustoel is voor je rug een verstandige keuze, maar kies een compact model dat ook in het interieur past. Wil je modellen en accessoires naast elkaar leggen voordat je iets koopt, dan vind je vergelijkingen van kantoormeubelen op www.bestekantoorkeuzes.nl, waar ook wordt uitgelegd waar je op let bij een bureaustoel.
Opbergen in één handeling
Een werkplek verdwijnt alleen echt als het opruimen snel gaat. Zorg daarom dat al je spullen een vaste plek hebben die je in één beweging kunt vullen. Een mand, lade of opbergdoos waar laptop, notitieboek en headset samen in passen, maakt het verschil tussen twee minuten opruimen en het laten liggen tot morgen.
Handige hulpmiddelen hiervoor zijn:
- Een laptopstandaard die je plat kunt opbergen
- Een oplaadstation in een lade of kast
- Kabelclips of een kabelgoot onder het blad
- Een dichte opbergbox die op een plank niet opvalt
- Een draadloze muis en toetsenbord met weinig kabels
Maak werk visueel minder aanwezig
Ook als je bureau niet helemaal weg kan, kun je het minder dominant maken. Kies meubels in dezelfde kleur of houtsoort als de rest van je interieur, zodat de werkplek opgaat in de ruimte. Een kamerscherm, een open kast als roomdivider of een gordijn aan een plafondrail schermt de hoek af zodra je klaar bent.
Let ook op verlichting. Een felle bureaulamp met koel licht is overdag handig, maar zet hem ‘s avonds uit en schakel over op warmere lampen elders in de kamer. Zo verandert de sfeer en voelt de ruimte weer als woonkamer.
Een afsluitritueel helpt
Fysieke spullen opruimen is één ding, je werk mentaal afsluiten is een tweede. Een vast eindmoment helpt daarbij: noteer kort wat je morgen wilt doen, sluit alle programma’s af en berg dan alles op. Sommige mensen maken daarna een korte wandeling, als een soort nep-woon-werkverkeer, om de overgang naar vrije tijd te markeren.
Probeer ook werkmeldingen op je telefoon na werktijd uit te zetten. Een opgeruimde werkplek heeft weinig zin als je mail je de hele avond blijft roepen.